Rotterdams aanbod jeugdhulp ontoereikend

Volgens het kritische rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is er in Rotterdam momenteel geen kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod voor jeugdhulp.

Rotterdamse jeugdhulp

Er is in Rotterdam veel in beweging op het gebied van de jeugdhulp. Voor het brede jeugdbeleid is het ‘Rotterdam Groeit Beleidskader Jeugd 2015- 2020’ vastgesteld. Hierin staat de ambitie dat kinderen kansrijk, veilig en gezond opgroeien in de stad. Tevens is in januari 2018 gestart met resultaatgericht werken en heeft rond diezelfde periode een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden waardoor het jeugdhulpnetwerk behoorlijk is veranderd. Dit alles vraagt veel van de gemeente Rotterdam en van de partners in het jeugdveld.Rotterdam Rijnmond is de grootste jeugdzorgregio van Nederland, met een relatief kwetsbare bevolking. De gemeente is wettelijk verplicht een goed aanbod aan jeugdhulp te organiseren, en doet dat volgens de inspectie dus niet.

Onderzoek

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (inspectie) heeft toezicht uitgevoerd bij drie Rotterdamse jeugdhulpaanbieders, Enver, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) en de Rotterdamse wijkteams. De inspectie onderzocht afgelopen najaar de hulpverlening aan kinderen met ernstige en acute problemen, de zogenaamde crisiszorg. Ze keek daarbij naar de rol van JBRR, Enver en de Rotterdamse wijkteams voor vrijwillige hulp.

Het doel voor het onderzoek was, te beoordelen of eerder genomen verbetermaatregelen voldoende zijn geïmplementeerd. Daarnaast kreeg de inspectie signalen over de samenwerking rond veiligheid tussen de drie organisaties, met name bij de crisishulpverlening. De inspectie hanteerde het toetsingskader Verantwoorde hulp Jeugd als basis voor haar onderzoek, specifiek het thema Veiligheid en het thema Samenwerken. Na opvragen van informatie spraken de inspecteurs met bijna 70 betrokken professionals uit de drie organisaties over de samenwerking en veiligheid.

Onenigheid tussen organisaties

Als kinderen bijvoorbeeld met spoed uit huis worden geplaatst, ontstaan er vaak meningsverschillen tussen JBRR en Enver. Het crisisinterventieteam van jeugdbescherming bepaalt of het kind uit huis moet, en Enver moet dat vervolgens regelen. Door onenigheid tussen die organisaties over of die uithuisplaatsing echt nodig is, moesten in 2018 kinderen 123 keer op het kantoor van Jeugdbescherming verblijven, wachtend op een geschikte plek. De inspectie vindt dit „niet acceptabel”.

Door die stroeve samenwerking en de verstoorde werkrelatie die daarvan het gevolg is, „staat het belang van de jeugdige niet altijd centraal”, en dat vindt de inspectie „ernstig”. Meningsverschillen leiden er soms zelfs toe dat Jeugdbescherming een kind in de crisisopvang plaatst, en Enver een dag later iets anders besluit.

Wachttijden bij wijkteams

Als de zorg wordt overgenomen door bijvoorbeeld het wijkteam, dan moet het gezin in veel gevallen na een eerste contact „weken tot enkele maanden wachten tot een jeugd- en gezinscoach van het wijkteam met hen aan de slag gaat”. In de tussentijd is er geen contact met het gezin of het kind. Dit komt door een tekort aan wijkteammedewerkers.

De inspectie constateert ook dat de wijkteams „regelmatig” niet goed aansluiten bij de hulp die eerder aan gezinnen is geboden. Dat komt omdat niet duidelijk is welke hulp de 43 wijkteams in Rotterdam kunnen bieden, ze verschillen allemaal van elkaar. In de praktijk is het aanbod van deze teams niet gebaseerd op wat mensen in een bepaalde wijk nodig hebben, maar op de al dan niet toereikende bezetting en expertise van de aanwezige medewerkers. Ook zijn de wijkteams slecht bereikbaar.

Gemeenten verantwoordelijk

Ook de de wachttijden voor specialistische hulp zijn zo lang dat er „een verstopping van het systeem” is. Volgens de inspectie was in vrijwel alle onderzochte casussen „de effectiviteit van de hulp onvoldoende”. Over de gemeente, die verantwoordelijk is voor een goede inrichting van de jeugdzorg, is de inspectie dan ook zeer kritisch: die toont „geen eenduidige visie” en geeft „onvoldoende sturing” aan de door haar gefinancieerde hulpverlenende organisaties.

 

Conclusie

Het onderzoek laat zien dat de jeugdhulpaanbieders in Rotterdam de afgesproken verbetermaatregelen voldoende hebben geïmplementeerd. Echter, de inspectie heeft nieuwe risico’s geconstateerd, waarvoor de eerder genomen verbetermaatregelen geen oplossing bieden. Het gaat dan om bijvoorbeeld wachtlijst problematiek en niet aansluitende of passende hulp. De conclusies van de inspectie bevestigen het beeld van grote systeemproblemen in de Rotterdamse jeugdzorg die bleken uit een gezamenlijk onderzoek aan de Rotterdamse website Vers Beton en het NRC.

Vervolg

Van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, Enver en de wijkteams verwacht de inspectie dat zij de verbeterpuntenen aanbevelingen  voortvloeiend uit dit onderzoek uitwerken in een verbeterplan met concrete verbetermaatregelen.

De inspectie vraagt de gemeente Rotterdam om nadere informatie over de aanpak en het vervolg, als het gaat om de aanbevelingen geaddresseerd aan de gemeente.  Daarnaast verwacht de inspectie van de gemeente Rotterdam een regisserende rol bij de totstandkoming van de verbeterplannen bij JBRR, Enver en de wijkteamsover o.a. hoe de wachtlijsten verminderd kunnen worden en hoe gezorg kan worden voor een toereikend aanbod van hulp.

Hoewel die organisaties het ieder voor zich beter doen dan vroeger, is er met de samenwerking zo veel mis dat het tot veiligheidsrisico’s voor kinderen leidt.

BRON: NRC en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt cookies voor een betere ervaring op onze website. We hopen dat je dat goed vindt. Ja, prima hoor Meer informatie