Opvoed strategieën in de residentiele jeugdzorg

Opvoed strategieën in de residentiele jeugdzorg

Professioneel handelen in de residentiele jeugdzorg is niet gemakkelijk. Voor het kind is de overgang van huis naar een andere plek vaak niet vrijwillig en een dergelijke overgang zorgt voor het kind voor veel angst voor het onbekende, verdriet en stress, vaak door trauma’s verergerd. Deze stress kan zich vertalen in agressief gedrag: ‘bang en boos’.

Wij zijn als volwassenen vaak beter in staat zich een beeld te vormen van een nieuwe omgeving. Voor kinderen die meer afhankelijk zijn van anderen, spelen onder invloed van die stress ook vaak angstdenkbeelden mee die meestal niet rationeel zijn maar wel een grote invloed kunnen hebben op gedrag. Jeugdzorgwerkers -aan de andere kant – willen graag het gedrag van kinderen onder controle houden, ook omdat ze vaak ook nog de zorg voor andere kinderen hebben en de situatie op een groep kan vaak van het ene moment op het andere moment veranderen met tot gevolg series kleinere maar ook grotere crises.

Het is de vraag hoe hiermee om te gaan, het leefklimaat positief te houden zonder in beheersmatig werken en straffen te vervallen, iets wat de werkalliantie en de ontwikkelingsopgaven van de kinderen aantoonbaar schade toebrengt. Voor jeugdzorgwerkers kan het naast het leefklimaat helpend zijn om hun professionele handelen te baseren op een algemene opvoedingsmethodiek (tweedegraads strategie zoals Kok dat benoemde, figuur 1; Kok, 1973). Dat geeft houvast en kan medewerkers helpen niet in de val van beheersmatig werken te trappen. Naast een positief leefklimaat moet een tweedegraadsstrategie uitgaan van een adequate respons van jeugdzorgwerkers op trauma en een zo normaal mogelijke ontwikkeling.

Er is een groot aantal tweedegraadsmethodieken en sommige methodieken hebben ook kenmerken die op de eerstegraadsstrategie (het leefklimaat) lijken of op een derdegraads strategie (specifieke behandeling). Sommige algemene methodieken richten zich op een specifieke situatie zoals bijvoorbeeld Geweldloos Verzet van Omer en andere op een specifieke setting (het gezin, de klas, de buurt etc.). Wanneer we naar de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI kijken dan heeft ongeveer iets minder dan de helft van de beschreven interventies (223) een tweedegraads karakter.

Opvallend is echter dat een aantal van de meest gebruikte en algemene tweedegraads-strategieën in de residentiele jeugdzorg ontbreekt. Dat zijn het competentiemodel en Geweldloos Verzet. Ook komen de principes van gedeelde besluitvorming  nauwelijks voor in de interventies. Dat hoeft niet te betekenen dat deze strategieën niet zouden werken. Een aantoonbaar werkende derdegraads-strategie, EMDR is uit de databank verwijderd omdat de erkenning is verlopen volgens de site van het NJI. Positive Behaviour Support dat wel is de databanken voorkomt is vooral voor scholen is ontwikkeld maar houdt ook een belofte in voor de residentiele jeugdzorg (P. van der Helm, 2017).

Meest gebruikte residentiele tweedegraads-strategieën zijn;

  1. Het competentiemodel; gaat ervan uit dat probleemgedrag voortkomt uit een onbalans tussen taken en vaardigheden. Dit kan gecorrigeerd worden door het vergroten van vaardigheden, het verlichten of verrijken van taken, het versterken van protectieve factoren en verminderen van stressoren en psychopathologie.
  2. Youturn in de JJI’s; is een fasemodel met nadruk op het ontwikkelen van eigen

verantwoordelijkheid.

  1. Geweldloos Verzet; De grondlegger, Chaim Omer, combineerde ideeën van Ghandi met de systeemtheorie en de hechtingstheorie om agressie van kinderen te stoppen. Een stevige houding die duidelijkheid, aanwezigheid en liefde combineert, geeft kinderen de mogelijkheid autoriteitsfiguren als rolmodel te internaliseren.
  2. Het limit setting model; komt uit de opvoedkunde en is later overgenomen in de psychiatrie en is idealiter een combinatie van het bieden van veiligheid door middel van het begrenzen van gedrag, gecombineerd groei en respect zonder straffen.
  3. Shared Decision Making; het delen van beslissingen en macht (participatie).
  4. Positive Behaviour Support; uitgangspunten zijn het formuleren van gezamenlijk gedeelde waarden veiligheid, verantwoordelijkheid en respect.

Laat je inspireren en informeren op HKC academy waar er SKJ geregistreerde trainingen worden aangeboden om onder andere deze methodieken in te zetten. Eerder een van de bovenstaande opleidingen gevolgd, laat ons weten welke niet mag ontbreken op de HKC academy https://www.hkcacademy.nl/trainingen/ .

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt cookies voor een betere ervaring op onze website. We hopen dat je dat goed vindt. Ja, prima hoor Meer informatie

X